“Als de sfeer aan tafel goed zit, krijgt je kind het gevoel dat het in alle rust mag leren, groeien en proeven.” 

“Het kan heel fijn en verbindend zijn om samen achter het fornuis te duiken.”

Jouw job als ouder zit erop wanneer het eten op tafel staat.

Meer leren van Vicky?

Lees ook

Volg haar gratis webinar!

Waarom onderhandelen over boontjes niet werkt

“Dit ga ik écht niet eten!” Klinkt dat bekend? Een van de grote uitdagingen van het ouderschap is je kinderen een gezond en gevarieerd eetpatroon bijbrengen. Zit jij met je handen in het haar en een pan groenten die maar niet leeg raakt? Diëtiste Vicky De Beule geeft tips en uitleg.

i.s.m.

Gezonder eten start met "Wa's da?"

Wat brengt die rust en dat vertrouwen aan tafel net in het gedrang?

Vicky: “Als ouders of kinderen die grens van de gedeelde verantwoordelijkheid overgaan, kan het wringen. Dat gebeurt wanneer ouders proberen het kind te overtuigen of pushen om meer te eten, bijvoorbeeld met smoesjes of omkopen. Of wanneer kinderen boos worden en zelf gaan beslissen wat ze willen eten. Sommige ouders gaan daarin mee door enkel nog te koken wat het kind wil eten, maar dan loop je het risico dat hun eetpatroon nog meer vernauwt. Het is belangrijk om elkaar ruimte te geven om vertrouwen op te bouwen, om altijd ‘veilig voedsel’ in je aanbod te hebben waarvan je weet dat ze het lusten en om je kinderen tegelijkertijd te blijven blootstellen aan nieuwe dingen, ondanks de frustratie.”

Hoe creëer je precies meer rust aan tafel?

Vicky: “Er is één regel die ik altijd aanhaal, met als slagzin voor de ouders: ‘Jouw job zit erop wanneer het eten op tafel staat.’ Als ouder ben je verantwoordelijk voor wat, waar en wanneer er gegeten wordt. Eens dat gebeurd is, komt de verantwoordelijkheid bij het kind terecht. Die bepaalt wat hij/zij van dat aanbod eet en hoeveel. Op die manier leer je als ouder een beetje loslaten en motiveer je je kind om te luisteren naar zijn/haar lichaam. Want op enkele uitzonderingen na, worden we in principe geboren met duidelijke signalen die honger en verzadiging aangeven, dus geef je kind de kans om die ook echt aan te voelen en ernaar te luisteren.”

Wat is het eerste waar je aan werkt wanneer iemand bij je aanklopt?

Vicky: “Aan de sfeer aan tafel. Als die goed zit, krijgt je kind het gevoel dat het in alle rust mag leren, groeien en proeven. En is de kans groter dat hij/zij het ook wel degelijk gaat durven!”

Welke factoren kunnen dat zijn?

Vicky: “Neurodiversiteit, bijvoorbeeld. Bij kinderen met ASS of ADD zien we dat eetproblemen vaker voorkomen. Daarnaast kunnen ook allergieën, intoleranties en ziektes een rol spelen. Een andere mogelijkheid is hoogsensitiviteit (HSP). Een kind met HSP is extra gevoelig voor smaken, geuren en texturen, wat proeven moeilijker maakt. Ten slotte kan het ook iets zijn dat op het eerste gezicht triviaal lijkt, maar een grote impact heeft. Als je kind zich ooit in brood heeft verslikt en het daarom niet meer durft te eten, bijvoorbeeld. Het is aan de ouders en de hulpverlener om uit te zoeken wat de oorzaak precies is, want een kind kan dat niet altijd zelf aangeven.”

Gaat die fase vanzelf weer over?

Vicky: “In principe wel, zolang je er als ouders geen druk op legt. De beste manier om die fase positief te benaderen is door de sfeer aan tafel gezellig te houden en proeven en eten als een leerproces te bekijken, waarin je kind op eigen tempo mag groeien. Als eten voor je kind vroeger of op latere leeftijd echter nog steeds een uitdaging vormt, is het mogelijk dat er andere factoren meespelen.”

Op welke leeftijd belanden kinderen in die normale, maar moeilijke fase?

Vicky: “Tussen de 2 en de 6 jaar zit een kind in de typische voedselneofobiefase. Wat wil zeggen dat ze angst hebben om nieuwe dingen te proeven of eten. Dat heeft te maken met de ontwikkeling, want rond de 2 jaar gaat je kleintje over van de hechtingsfase naar de afscheidingsfase. Het klassieke: ‘Ik ben twee en ik zeg nee.’ Plots krijg je een kritische kleuter die zelf beslissingen wil maken, en dan nog liefst beslissingen die haaks op de jouwe staan. Het is dus heel normaal dat ze zich ook op vlak van eten van je gaan afzetten. Meer nog: kinderen die tussen de 2 en de 6 die switch niet meemaken, zijn eerder een uitzondering.”

Hoe loopt het eetmoment bij jou thuis? Met een kind aan tafel bestaat de kans dat er wel eens wat frustratie, overtuigingskracht, smeekbedes of zelfs omkoperij mee gepaard gaat. Zeker als de groenten opgeschept worden! “Vaak zitten ouders met de handen in het haar en hebben ze al van alles geprobeerd voor ze bij mij komen aankloppen”, legt diëtiste Vicky De Beule uit.

Vicky: “Ze zijn dan bezorgd over de inname van hun kind en of het voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, of verkeerde eetgewoonten aanleert. Bij sommige kinderen kan begeleiding inderdaad aangewezen zijn en is er sprake van de eetstoornis ARFID (Avoidant Restrictive Food Intake Disorder). Maar bij de meesten is deze moeilijke fase eigenlijk heel normaal en kan ik de ouders geruststellen.”

Veel ouders ervaren schuldgevoelens of onzekerheid wanneer het op het eetgedrag van hun kind aankomt. Hoe zou jij hen geruststellen?

“Je zegt tegen je kind dat het fouten mag maken, maar vergeet niet dat jij dat ook mag. Het leven is al zo druk en niemand is perfect, dus wees mild voor jezelf. Af en toe een iets minder voedzame maaltijd maakt geen ongezond eetpatroon en het is helemaal oké als je niet altijd de tijd hebt om uitgebreid samen te koken. Creëer gezellige familiemomenten aan tafel, koester elkaars gezelschap en leg er niet te veel druk op. Je doet je best en dat is wat je kind zal onthouden.”

Heeft de manier waarop je als ouder naar eten kijkt invloed op het eetgedrag van je kind?

“Absoluut. Enerzijds omdat je relatie met eten voor een deel genetisch bepaald is. Anderzijds omdat kinderen overnemen wat ze hun ouders zien doen of horen zeggen. Voel je je schuldig wanneer je iets zoets eet, ben je continu aan het diëten of categoriseer je eten in gezond en ongezond? Dan bestaat de kans dat je kind dat ook gaat doen. Het is dus belangrijk dat je niet alleen in je uitspraken maar ook in je daden een goede relatie met eten vertoont. Ik zet daar dan ook graag op in bij de ouders zelf, want dat is een win-win voor ouder en kind op lange termijn.”

Is de kans groter dat ze het dan daadwerkelijk gaan eten?

“Dat kan, maar het is geen zekerheid en hoeft niet de intentie te zijn. Wanneer je samen kookt, gaat het om meer dan eten. Je leert je kind autonomie, grove en fijne motoriek, instructies volgen en veilig omgaan met keukenmateriaal. En bovenal: je spendeert qualitytime samen, net zoals wanneer je samen aan tafel zit. Dat betekent niet automatisch dat je kind meteen meer of gevarieerder gaat eten, maar we weten wel dat familiemaaltijden kunnen bijdragen aan gezonde eetgewoonten en ook breder een positieve invloed kunnen hebben.”

Kan het helpen om je kind te betrekken in het kookproces?

“Zeker! Veel ouders hebben de reflex om hun kind voor de televisie of aan het spelen te zetten zodat zij rustig kunnen koken, wat volkomen begrijpelijk is. Maar het kan ook heel fijn en verbindend zijn om samen achter het fornuis te duiken. Oké: er zullen eerst veel eieren sneuvelen voor er eentje succesvol in de pot belandt, maar proberen en knoeien hoort erbij. Afhankelijk van de leeftijd kan je hen ook andere taakjes toedienen. Van toekijken en ingrediënten benoemen, over roeren, tot groentjes snijden.”

Bio

© Nick Peeters

Vicky De Beule is een erkend diëtiste en auteur. Haar passie ligt in het begeleiden van ouders met jonge kinderen met moeilijk eetgedrag, waarbij ze zich richt op het ontwikkelen van gezonde eetgewoonten vanaf de geboorte. Vicky staat bekend om haar praktische hulpmiddelen, zoals de Proeftoren. Haar benadering, Positief Voeden, gaat verder dan alleen het voedsel en omvat respectvolle en enthousiaste eetgewoonten voor zowel ouders als kinderen.

artikels

Interview

10 min

“Het kan heel fijn en verbindend zijn om samen achter het fornuis te duiken.”

“Als de sfeer aan tafel goed zit, krijgt je kind het gevoel dat het in alle rust mag leren, groeien en proeven.” 

Vicky: “Tussen de 2 en de 6 jaar zit een kind in de typische voedselneofobiefase. Wat wil zeggen dat ze angst hebben om nieuwe dingen te proeven of eten. Dat heeft te maken met de ontwikkeling, want rond de 2 jaar gaat je kleintje over van de hechtingsfase naar de afscheidingsfase. Het klassieke: ‘Ik ben twee en ik zeg nee.’ Plots krijg je een kritische kleuter die zelf beslissingen wil maken, en dan nog liefst beslissingen die haaks op de jouwe staan. Het is dus heel normaal dat ze zich ook op vlak van eten van je gaan afzetten. Meer nog: kinderen die tussen de 2 en de 6 die switch niet meemaken, zijn eerder een uitzondering.”

Op welke leeftijd belanden kinderen in die normale, maar moeilijke fase?

i.s.m.

Gezonder eten
begint met "Wa's da?"

Lees ook

Meer leren van Vicky?

Interview

10 min

tips

Jouw job als ouder zit erop wanneer het eten op tafel staat.

Hoe loopt het eetmoment bij jou thuis? Met een kind aan tafel bestaat de kans dat er wel eens wat frustratie, overtuigingskracht, smeekbedes of zelfs omkoperij mee gepaard gaat. Zeker als de groenten opgeschept worden! “Vaak zitten ouders met de handen in het haar en hebben ze al van alles geprobeerd voor ze bij mij komen aankloppen”, legt diëtiste Vicky De Beule uit.

Vicky: “Ze zijn dan bezorgd over de inname van hun kind en of het voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, of verkeerde eetgewoonten aanleert. Bij sommige kinderen kan begeleiding inderdaad aangewezen zijn en is er sprake van de eetstoornis ARFID (Avoidant Restrictive Food Intake Disorder). Maar bij de meesten is deze moeilijke fase eigenlijk heel normaal en kan ik de ouders geruststellen.”

Vicky De Beule is een erkend diëtiste en auteur. Haar passie ligt in het begeleiden van ouders met jonge kinderen met moeilijk eetgedrag, waarbij ze zich richt op het ontwikkelen van gezonde eetgewoonten vanaf de geboorte. Vicky staat bekend om haar praktische hulpmiddelen, zoals de Proeftoren. Haar benadering, Positief Voeden, gaat verder dan alleen het voedsel en omvat respectvolle en enthousiaste eetgewoonten voor zowel ouders als kinderen.

“Dat kan, maar het is geen zekerheid en hoeft niet de intentie te zijn. Wanneer je samen kookt, gaat het om meer dan eten. Je leert je kind autonomie, grove en fijne motoriek, instructies volgen en veilig omgaan met keukenmateriaal. En bovenal: je spendeert qualitytime samen, net zoals wanneer je samen aan tafel zit. Dat betekent niet automatisch dat je kind meteen meer of gevarieerder gaat eten, maar we weten wel dat familiemaaltijden kunnen bijdragen aan gezonde eetgewoonten en ook breder een positieve invloed kunnen hebben.”

Is de kans groter dat ze het dan daadwerkelijk gaan eten?

“Zeker! Veel ouders hebben de reflex om hun kind voor de televisie of aan het spelen te zetten zodat zij rustig kunnen koken, wat volkomen begrijpelijk is. Maar het kan ook heel fijn en verbindend zijn om samen achter het fornuis te duiken. Oké: er zullen eerst veel eieren sneuvelen voor er eentje succesvol in de pot belandt, maar proberen en knoeien hoort erbij. Afhankelijk van de leeftijd kan je hen ook andere taakjes toedienen. Van toekijken en ingrediënten benoemen, over roeren, tot groentjes snijden.”

Kan het helpen om je kind te betrekken in het kookproces?

© Nick Peeters

Bio

“Dit ga ik écht niet eten!” Klinkt dat bekend? Een van de grote uitdagingen van het ouderschap is je kinderen een gezond en gevarieerd eetpatroon bijbrengen. Zit jij met je handen in het haar en een pan groenten die maar niet leeg raakt? Diëtiste Vicky De Beule geeft tips en uitleg.

Waarom onderhandelen over boontjes niet werkt

Vicky: “In principe wel, zolang je er als ouders geen druk op legt. De beste manier om die fase positief te benaderen is door de sfeer aan tafel gezellig te houden en proeven en eten als een leerproces te bekijken, waarin je kind op eigen tempo mag groeien. Als eten voor je kind vroeger of op latere leeftijd echter nog steeds een uitdaging vormt, is het mogelijk dat er andere factoren meespelen.”

Vicky: “Neurodiversiteit, bijvoorbeeld. Bij kinderen met ASS of ADD zien we dat eetproblemen vaker voorkomen. Daarnaast kunnen ook allergieën, intoleranties en ziektes een rol spelen. Een andere mogelijkheid is hoogsensitiviteit (HSP). Een kind met HSP is extra gevoelig voor smaken, geuren en texturen, wat proeven moeilijker maakt. Ten slotte kan het ook iets zijn dat op het eerste gezicht triviaal lijkt, maar een grote impact heeft. Als je kind zich ooit in brood heeft verslikt en het daarom niet meer durft te eten, bijvoorbeeld. Het is aan de ouders en de hulpverlener om uit te zoeken wat de oorzaak precies is, want een kind kan dat niet altijd zelf aangeven.”

Welke factoren kunnen dat zijn?

Gaat die fase vanzelf weer over?

Vicky: “Er is één regel die ik altijd aanhaal, met als slagzin voor de ouders: ‘Jouw job zit erop wanneer het eten op tafel staat.’ Als ouder ben je verantwoordelijk voor wat, waar en wanneer er gegeten wordt. Eens dat gebeurd is, komt de verantwoordelijkheid bij het kind terecht. Die bepaalt wat hij/zij van dat aanbod eet en hoeveel. Op die manier leer je als ouder een beetje loslaten en motiveer je je kind om te luisteren naar zijn/haar lichaam. Want op enkele uitzonderingen na, worden we in principe geboren met duidelijke signalen die honger en verzadiging aangeven, dus geef je kind de kans om die ook echt aan te voelen en ernaar te luisteren.”

Hoe creëer je precies meer rust aan tafel?

Vicky: “Aan de sfeer aan tafel. Als die goed zit, krijgt je kind het gevoel dat het in alle rust mag leren, groeien en proeven. En is de kans groter dat hij/zij het ook wel degelijk gaat durven!”

Wat is het eerste waar je aan werkt wanneer iemand bij je aanklopt?

Vicky: “Als ouders of kinderen die grens van de gedeelde verantwoordelijkheid overgaan, kan het wringen. Dat gebeurt wanneer ouders proberen het kind te overtuigen of pushen om meer te eten, bijvoorbeeld met smoesjes of omkopen. Of wanneer kinderen boos worden en zelf gaan beslissen wat ze willen eten. Sommige ouders gaan daarin mee door enkel nog te koken wat het kind wil eten, maar dan loop je het risico dat hun eetpatroon nog meer vernauwt. Het is belangrijk om elkaar ruimte te geven om vertrouwen op te bouwen, om altijd ‘veilig voedsel’ in je aanbod te hebben waarvan je weet dat ze het lusten en om je kinderen tegelijkertijd te blijven blootstellen aan nieuwe dingen, ondanks de frustratie.”

Wat brengt die rust en dat vertrouwen aan tafel net in het gedrang?

Volg haar gratis webinar!

“Absoluut. Enerzijds omdat je relatie met eten voor een deel genetisch bepaald is. Anderzijds omdat kinderen overnemen wat ze hun ouders zien doen of horen zeggen. Voel je je schuldig wanneer je iets zoets eet, ben je continu aan het diëten of categoriseer je eten in gezond en ongezond? Dan bestaat de kans dat je kind dat ook gaat doen. Het is dus belangrijk dat je niet alleen in je uitspraken maar ook in je daden een goede relatie met eten vertoont. Ik zet daar dan ook graag op in bij de ouders zelf, want dat is een win-win voor ouder en kind op lange termijn.”

Heeft de manier waarop je als ouder naar eten kijkt invloed op het eetgedrag van je kind?

“Je zegt tegen je kind dat het fouten mag maken, maar vergeet niet dat jij dat ook mag. Het leven is al zo druk en niemand is perfect, dus wees mild voor jezelf. Af en toe een iets minder voedzame maaltijd maakt geen ongezond eetpatroon en het is helemaal oké als je niet altijd de tijd hebt om uitgebreid samen te koken. Creëer gezellige familiemomenten aan tafel, koester elkaars gezelschap en leg er niet te veel druk op. Je doet je best en dat is wat je kind zal onthouden.”

Veel ouders ervaren schuldgevoelens of onzekerheid wanneer het op het eetgedrag van hun kind aankomt. Hoe zou jij hen geruststellen?